Preken

Maleachi 1, 6-14 en psalm 8 | ds. L.A. van Baardewijk

1) Eerbiedig leven
2) Authentiek leven
3) Vruchtbaar leven

Lezen: Maleachi 1, 6-14 en psalm 8
Loosdrecht 13-01-08

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Voorbeeld 1
Er is iets wat op een nogal pijnlijke manier ontbreekt bij een moment als de jaarwisseling
(om even bij de actualiteit te beginnen).
In de oudejaarsnacht lijkt opeens alles te mogen
en het resultaat is een boel troep op straat, in brand gestoken auto's en scholen,
hulpverleners en hulpdiensten die agressief behandeld worden.
Er ontbreekt iets wezenlijks waardoor de wet van de jungle het tijdelijk even lijkt over te nemen.

Voorbeeld 2
Hetzelfde - maar dan op een andere manier - kun je missen als je in gesprek bent met iemand en het komt niet tot een wezenlijk contact,
teveel vliegende haast, teveel ongeduld,
te weinig werkelijke aandacht, te weinig inlevingsvermogen,
bij jezelf of bij de ander,
maar het resultaat is een vervlogen gelegenheid om elkaar werkelijk te ontmoeten.
Er ontbrak iets wat daarvoor toch echt nodig is.

Voorbeeld 3
Hetzelfde - maar dan weer op een andere manier – ontbreekt als je maar niet tot rust kunt komen, over van alles en nog wat geërgerd en boos bent,
als je de dingen die je tegenzitten en dwarszitten je leven gaan beheersen en vergallen.
Er ontbreekt iets waardoor je leven zich niet goed kan ontwikkelen.

Er is iets wat in deze - allemaal weer verschillende – voorbeelden ontbreekt
en dat is, zou ik zeggen, iets als eerbied.

Dat is wat ontbreekt als mensen denken dat ze de enige zijn en zich van alles veroorloven, alleen maar omdat het nieuwe jaar ingaat. 1).
Eerbied wordt gemist als je aan elkaar voorbijleeft,
elkaar niet eert in elkaars uniekheid, levensverhaal en levenssituatie op dat moment. 2).
Eerbied ontbreekt ook pijnlijk als je je verzet tegen de dingen die niet te veranderen zijn,
als je de werkelijkheid weg wil duwen.
Eerbied voor je levensloop. 3).

Als we het hebben over 'eerbied' dan hebben we het blijkbaar over iets wezenlijks van onze samenleving en ons leven.
Als het ontbreekt of gemist wordt, dan voel je dat aan den lijve:
het leven en het samen-leven binnenshuis en buitenshuis wordt er niet beter op,
relaties verkillen, het leven wordt oppervlakkig, kaal en onbarmhartig.

Daarom is het goed om eens te overwegen wat 'eerbied' eigenlijk is,
of beter gezegd: wat 'eerbiedig leven' of 'een eerbiedige levenshouding' eigenlijk is.
Hoe zit zo'n leven eruit?

Het eerste wat dan gezegd moet worden is dat zo'n leven cirkelt rondom God en de heerlijkheid die Hij in ons leven laat zien.
Zijn eer, zijn hemelse heerlijkheid en zijn majesteit.
Zijn kabod, het hebreeuwse woord voor eer, heerlijkheid en majesteit.
Dat is het eerste.
Eerbiedig leven is pas mogelijk als je gelooft in Christus als de verlosser van je leven en verbonden bent met de schepper.

Het heeft dus niets te maken met allerlei New-Agesferen waarin mensen eerbied opvatten als een soort opgaan in de schepping, een onpersoonlijk soort respect,
alsof we niet door een persoonlijke God geschapen zijn
om een bijzondere plaats in zijn schepping in te nemen.

Eerbiedig leven omdat er iemand is die eerbied oproept.
In dat leven dat we leiden, met al zijn drukte en bezig-zijn,
met al zijn problemen en verwikkelingen,
in dat gekrioel van al die mensen die het allemaal wel denken te weten,
in deze wereld waarin zoveel middelmatigheid en lelijkheid is,
waarin het goede, het schone en het ware zo weinig overlevingskansen hebben,
is er iemand die eerbied oproept!

Oproept, ja, want de Here is overal met zijn heerlijkheid.
Zoals Jesaja in zijn roepingsvisioen de serafs hoort zeggen:
"Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten.
Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit" (Jesaja 6,3).

Oproepen, dat gaat verder dan dat God ontzag van ons vráágt.
Onze eerbied voor Hem is verworteld in wie Hij als God is.
Hij dwingt het ook niet af, alsof het niet uitmaakt of die eerbied uit ons hart komt of alleen iets uiterlijks is, zoals het soms gegaan is, uiterlijke eerbied voor de vorm.
God wil zeker onze eerbied en onze verering, dat Hij de grootste is in ons leven,
Hij vraagt het van ons, zo lezen we regelmatig in de Bijbel dat God eerbied van mensen vraagt, maar het gaat verder.
God en mens, dan heb je het over eerbied.

Lees psalm 8 maar waarin verwondering over de schepping en de wereld bewondering is voor God en waarin uit dat kijken en die verwondering de bewondering en de eerbied als vanzelf lijkt op te komen.

"Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door u daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,
het mensenkind dat u naar hem omziet?" (4.5).

Dat is nu typisch een eerbiedige vraag.

Here God, u bent zo groot, ik hoef maar om me heen te kijken,
naar de schepping in het groot en de dingen daarin in het klein,
ik hoef er maar iets van te zien en naar mezelf te kijken in dat grote machtige geheel,
en ik besef weer wie ik ben,
een mensje dat zo maar weer verdwenen is, een stofmensje,
een vuurpijl die zo maar weer verdwenen is in de nacht,
en u, de machtige onsterfelijke God daarboven, denkt aan mij, u kijkt naar mij om!

Dat is psalm 8 waarin notabene ook gezegd wordt:
u hebt hem bijna tot een god gemaakt, dat sterfelijke mensje,
u hebt hem gekroond met glans en glorie.
Maar de psalm begint en eindigt niettemin met de lof aan God:
"Heer, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde (1,10).

Onze waardigheid en onze glorie heeft alles te maken met de waardigheid en de glorie van onze God.
Als Hij in dat grote heelal naar me kijkt, dan ben ik blijkbaar wat waard in zijn ogen.

Eerbied ligt heel dicht bij verwondering over de dingen
en ligt heel dicht bij bewondering voor de Heer van alle dingen.

Als je in God gelooft, dan is ontzag voor Hem eerder de hartslag van je leven dan de beweging van je handen, als een opdracht voor je bezig-zijn.
Het christelijke leven begint bij wie we zijn in Christus.
Dat bezig-zijn komt eruit voort, anders verkommert het geloof, dan bloedt het dood,
maar het begint bij dat kloppende hart:
leven in verbondenheid met de Heer van het heelal, de Heer van je leven.
Gericht zijn op al die liefde, macht en majesteit van Hem.
Hij is iemand die - als je Hem eenmaal ontmoet hebt - als vanzelf je eerbied geeft.

Met psalm 8 zitten we in de gebeden van het volk van God, de psalmen.
In de psalmen leer je weer eerbied te krijgen
(mocht je die houding vergeten zijn of ontwend zijn en dat is vast herkenbaar).
In de psalmen spreken mensen woorden waaruit eerbied spreekt,
proberen ze de diepgevoelde bewondering voor God een stem te geven
en op ons over te brengen,
knielen ze en nemen ze fysiek de houding aan waarmee ze geestelijk voor God staan.
Hij is degene die je uit het stof verheft en je waardigheid geeft.

In de psalmen leer je weer dat er dingen zijn die wel opgewassen zijn tegen het kwaad
en tegen de neerdrukkende krachten in je leven.
In de psalmen leer je Hem te noemen en te prijzen die tegen alles en iedereen bestand is.
Zo roept Hij onze eerbied op.

Als God zo eerbied oproept in ons leven en we gaan de weg die Hij van ons verlangt,
dan vráágt Hij ook eerbied van ons om ons tot een eerbiedige levenshouding te brengen.
Als dat ontbreekt, als dat ontzag dat we zo hard nodig hebben ontbreekt,
de eerbied die eigenlijk zo gewoon en vanzelfsprekend zou moeten zijn,
want er is iemand die onze eerbied oproept,
maar als het er niet is, dan wijst Hij ons op dat gemis.
Dan blijkt eerbied ook een opdracht te zijn.

Zo vinden we het in Maleachi.
We hebben daar een gedeelte uit gelezen.
Meteen in hoofdstuk 1 legt de profeet de vinger op de zere plek.
Eerst wordt gezegd wat gewoon en vanzelfsprekend is:
"Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer" (Maleachi 1,6).
Dat is de situatie zoals God die heeft ingesteld tussen een zoon en zijn vader en tussen een dienaar en zijn heer.
Dat is de verhouding waarin die relatie functioneert: zonder eerbied werkt dat niet.
Maar nu is dat in de tijd van Maleachi misgegaan.

"Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij;
als ik jullie heer ben – zegt de Heer van de hemelse machten- waar is dan je ontzag voor mij?" (vers 6).

De verwondering is uit het leven weg en de bewondering van God.
Zoals uit de rest van Maleachi blijkt: dan wordt het leven leeg, kaal en slordig.
Als de eerbied ontbreekt dan laten mensen zich zien als oppervlakkige cynische wezens.
Als de eerbied ontbreekt wordt je een dwaas.

Als gelovige ga je dan dingen doen in de relatie met God die je in de relaties met mensen wel uit je hoofd zou laten.
Dan kun je niets meer voorstellen bij het leven met God.
Zo erg kan het worden!

God de minuten geven die je over hebt,
een minimum aan aandacht en belangstelling die elke andere relatie op het spel zou zetten, tegenover God kan het als je zo zonder eerbied gaat leven.

Misschien hebt u die neiging ook wel, dat als je aan het bidden bent en de telefoon gaat,
dat je dan de neiging hebt om de telefoon op te nemen (of dat meestal ook doet...)!
Je schepper en je verlosser in de wachtstand zetten!
Hoe vreemd kunnen we dan omgaan met het meest waardevolle in ons leven!

God zegt: als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij?!
Daarmee zegt God: mijn relatie met jou,
ik zal je tot een vader zijn en je zult mij tot een zoon zijn,
kan alleen bestaan in eerbied, dat je me erkent als wie ik ben, wie ik ben voor jou.
Zonder eerbied geen vaderschap.
Daarom leert Jezus ons ook het 'onze vader' te bidden met daarin de woorden: 'uw wil geschiedde'.
Dat doe je alleen als je eerbied hebt voor God.

Als God zo eerbied oproept in ons leven en we gaan de weg die Hij van ons verlangt,
dan vráágt Hij ook ontzag van ons om ons tot een eerbiedige levenshouding te brengen.
Want een eerbiedige levenshouding werkt uit, straalt uit: van de eerbied voor God naar de eerbied voor alle dingen die uit zijn hand zijn voortgekomen en die uit zijn hand voortkomen.

In de tien woorden van het verbond vraagt God van je:
"Toon eerbied voor je vader en je moeder.
Dan wordt je gezegend met een lang leven in het land de Heer, uw God, u geven zal" (Exodus 20,12).

Eerbied doet ook recht aan relaties en verhoudingen in ons leven.
Allereerst richting God die ons gemaakt heeft, maar ook richting je vader en je moeder die namens God zorg voor je hebben opgenomen.
Als je aan hen eerbied betoont wordt zichtbaar dat je een bijzondere oorsprong hebt,
dat je leven niet zomaar ontstaan is, maar geheimnisvol begonnen is.
Je bent klein en afhankelijk geweest, en dat ben je nog steeds tegenover je Maker
(ook al heb je de neiging dat telkens weer te vergeten).
Eer je vader en je moeder als een manier om in hen God te eren en eerbied te bewijzen.

Het zesde gebod is ook zo'n voorbeeld, ook daarin gaat het om eerbied.
Pleeg geen moord.
Eerbied voor het leven.
In de uitleg van de catechismus komt sterk naar voren dat het hier gaat om eerbied voor het leven:
"Wat vraagt God in het zesde gebod?
Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood..." (zondag 40).

Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof!
We hoeven hier niet te denken aan mensen in afrikaanse landen zoals Kenya of aan landen als Irak, Pakistan of Afghanistan of Colombia waar de wet van de jungle geldt,
of aan gevangenissen waarin mensen hun straf uitzitten voor de moord die ze gepleegd hebben, dit is akelig dichtbij.
Pleeg geen moord, dat is erkennen dat die ander er niet voor niets is,
dat die ander meer is dan wat je van hem of haar ziet, ten diepste een geheim is dat alleen door God gekend wordt.
Want Hij kent ons zoals we werkelijk zijn.
Eerbiedig leven betekent dat je altijd bedenkt:
een schepsel van God, de God waar ik eerbied voor heb, het respecteren van iemands uniekheid, levensverhaal en levenssituatie.

Ja, God verwacht eerbied van ons voor alles wat Hij geschapen heeft
en voor alles wat uit zijn hand voortkomt.
In de weg van een eerbiedige levenshouding wil Hij ons zegenen.

Het dag en nachtritme dat Hij geschapen heeft, je kunt het voor een deel misschien negeren, maar niet zonder gevolgen voor je leven.
God heeft een afwisseling tussen activiteit en rust in ons leven gelegd en als je God daarin eerbiedigt, kan je leven gaan bloeien.

In onze lichaamscultuur verdwijnt het besef dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest, waar je eerbied voor moet hebben.
Als dat besef ontbreekt, wordt het lichaam een gebruiksvoorwerp
(en in een gevallen wereld is gebruiken als snel misbruiken),
iets wat je naar je eigen ideeën kunt vormgeven omdat mensen nu eenmaal de techniek en het geld hebben, iets wat geen geheimen meer kent.
Eerbied voor wat God geschapen heeft, zorgt ervoor dat je ermee omgaat als iets van God en niet van jezelf.

Een eerbiedige levenshouding maakt je open naar God en naar het geheim van zijn schepping.
Het geeft je rust in de dingen die je overkomen en die je niet kunt veranderen,
je levensfase of de dingen die je gebeuren, die verdriet geven,
het geeft je de ruimte om te aanvaarden
i.p.v. verbeten en verbitterd naar snelle oplossingen te zoeken en te merken dat die er niet zijn.

Een eerbiedig leven is tenslotte het leven waarin God zich kan laten zien en waarin Hij zijn heerlijkheid kan laten zien.
Want wie God ook maar een beetje kent of begint te kennen,
weet dat Hij groot en machtig is en dat zijn genade ons niet omlaagtrekt maar juist verheft.
Door te knielen groei je en wordt je waarde zichtbaar.
Want wie eerbied heeft, wordt daarin gezegend!

Amen.