Preken

Matteüs 13,44-46 (tekst) en Filippenzen 3,1-11 | ds. L.A. van Baardewijk

Thema: een schat die verborgen is

Lezen: Matteüs 13,44-46 (tekst) en Filippenzen 3,1-11
Loosdrecht, 9-09-07 (startzondag en 1e zondag van de 33-dagenperiode)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Je hebt het misschien ook wel eens gehad:
dat je bijna niet kunt begrijpen waarom er niet meer mensen in God geloven!
Dat je je rondkijkt in je klas, op je werk, op de sportclub, in je straat en je afvraagt:
waarom ben ik één van de weinigen die in God gelooft?
En soms zelfs de enige!
Waarom ben ik één van de weinigen die wel eens bidt en naar de kerk gaat?

Waarom gaan al die andere mensen aan God voorbij,
terwijl ze in dezelfde wereld als ik leven, misschien dezelfde dagvulling hebben, zo ongeveer dezelfde dingen doen, terwijl ze net als jij zoeken naar vastheid en rust in hun leven?
Je moet toch een idee hebben waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat?!
Hoe is het mogelijk dat ze niet zien dat deze schepping door een almachtige God geschapen is en dat ze niet snappen dat het gewoon goed voor je is om in Jezus Christus te geloven?
Zegenrijk, zoals we dan zeggen...

Waarom ging niet iedereen achter Jezus Christus aan toen Hij in Israël rondwandelde?
Hij was toch de zoon van God, de openbaring van de Heer van het heelal, in hoogst eigen persoon?!

Ja, als je je zulke dingen afvraagt, moet je niet uit het oog verliezen dat het geloof in jou leven ook niet altijd zo duidelijk en nadrukkelijk aanwezig is.
Dat het bij jezelf vaak ook niet van de ene op de andere dag is gegaan wat het geloof betreft.
Zelfs iemand die op latere leeftijd tot geloof is gekomen, zo'n plotselinge krachtdadige bekering, heeft vaak nog een soort aanloopperiode gehad waarin God – achteraf gezien – al met die persoon bezig was.

Bij de meesten van ons is het niet van de ene op de andere dag gegaan.
We zullen allemaal wel perioden kunnen aanwijzen waarin het geloof in God op een laag pitje stond, zoals we wel zeggen, wat meer op de achtergrond.
Dat het vuur van het geloof hard kan branden, maar ook kan smeulen.
Of dat het geloof op een bepaalde leeftijd of na een ingrijpende gebeurtenis in je leven weer meer is gaan leven.

Als je je afvraagt waarom er niet meer mensen in God geloven,
dan kom je vanzelf weer bij jezelf terug,
want is het in je eigen leven wel altijd zo duidelijk en zo nadrukkelijk aanwezig?

Als je de Bijbel er naast legt, dan zie je dat dat niet een kwestie is van onze tijd, zodat je kunt zeggen: als God zich nou eens in onze tijd zou openbaren...dan zou iedereen wel geloven, nee, ook toen Jezus Christus op aarde was ging niet iedereen achter Hem aan.
Er waren heel wat mensen die Hem links lieten liggen of tegen Hem ingingen en Hem bewust verwierpen.

Het ligt naast de manier waarop mensen op de openbaring van God reageren, ook aan de manier waarop God zich openbaart.
Dat is niet zoals je het zou verwachten.

Ja, want het grootste wonder is dat God zich openbaart, maar het op één na grootste wonder is hoe God zich openbaart!

God verschijnt niet als de Heer van het heelal als Hij zich openbaart, met tromgeroffel en bliksemflitsen, maar als een gewoon mens dat ergens in een klein plaatsje geboren wordt en opgroeit.
Hij openbaart zich in Jezus Christus niet als de messias met een directe weg naar de troon, maar als een dienstknecht die de lange zware weg van de vernedering gaat.
Hij laat op verschillende momenten iets zien van zijn heerlijkheid, als Hij vergeeft en geneest, maar Hij zegt er vaak bij: vertel het niet door! Maak het niet bekend!
Als Hij spreekt, dan doet Hij dat in gelijkenissen zodat het niet meteen aan iedereen duidelijk is wat er bedoeld wordt.
In Mattheüs 13, waar we ook de gelijkenis van de schat in de akker vinden, zegt Jezus daarover dat niet aan iedereen de geheimen van het koninkrijk gegeven is.
Daarom zegt Jezus ook telkens: "Laat wie oren heeft goed luisteren"!

Met de gelijkenissen openbaart Jezus zichzelf en tegelijkertijd verbergt Hij zich in die openbaring: je moet Hem echt gaan ontdekken!
Jezus is God die zich openbaart en die te vinden is, maar niet zomaar, altijd en overal, niet voor iedereen.
Het is mogelijk om aan Hem voorbij te gaan, zonder te weten dat je voorbijgaat aan de Heer van het universum.

In de gelijkenis van de schat in de akker zien we dit terug.
Jezus zegt:
"het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen ligt in een akker".
Een schat die verborgen in de grond ligt!

Dit beeld heeft een bepaalde achtergrond.
In oorlogen of noodsituaties kwam het wel voor dat mensen hun geld of hun bezit in de grond begroeven om het voor de vijand te verbergen.
Of iemand ging op reis en verborg zijn bezit in de grond, maar keerde niet terug, bijv. vanwege een ongeluk.
Dan bleef die schat daar liggen zonder dat iemand er van wist.
Het kon gebeuren dat iemand in een latere tijd opeens op zo'n schat stuitte en het naar boven haalde.
Dat zal niet zo vaak gebeurd zijn, maar het kon gebeuren!
Dan was je uiteraard binnen!

In de gelijkenis van Jezus gaat het om iemand die het land bewerkt
en die niet zelf dat stuk grond bezit.
Je moet dan al gauw denken aan iemand te arm was voor eigen land.
Als je dan zo'n schat vindt, is het plan snel opgezet:
alles verkopen wat ik heb, zodat ik net genoeg hebt om dat stuk land te kopen
en dan heb ik het land inclusief de schat!
Uiteraard tot verbazing van iedereen om je heen als je alles gaat opgeven, maar als je weet wat jij weet kan je dat natuurlijk niet schelen!

Goed om te bedenken voor ons die nog wel eens onzeker kunnen zijn in het geloof, juist omdat je soms één van de weinigen bent die Jezus volgt.
Dan moet je bedenken: je kunt dus in de ogen van anderen heel erg onlogische vreemde dingen doen die later volkomen terecht blijken te zijn.
Je kunt als je Jezus volgt voor van alles worden uitgemaakt, voor ouderwets, voor wereldvreemd, voor afhankelijk, voor ascetisch, dat je jezelf te kort doet, maar uiteindelijk blijkt dat je de juiste keuze hebt gemaakt.
Moet je aan vasthouden.
Dit is een besef dat je op verschillende momenten van je leven van pas kan komen.

In de gelijkenis van de schat in de akker zit wel duidelijk iets van spanning,
want je moet wel alles verkopen wat je hebt.
Je moet alles loslaten om de schat in handen te krijgen!
Je moet je in totale armoede steken om rijk te worden!
Je moet alle kaarten zetten op één ding!

Jezus laat hiermee zien het koninkrijk van de hemel aanwezig is in deze wereld maar dat het koninkrijk van God verborgen aanwezig is in deze wereld.
Wie de moed heeft om alles op te geven voor dat koninkrijk die zal het leren kennen en binnengaan.
Je kunt Jezus Christus pas kennen en leren kennen als je al het andere prijsgeeft voor Hem.
Je moet alles op het spel zetten, al je kaarten op Hem zetten, pas dan openbaart Hij zich als de Heiland, de Heer van de wereld, pas dan wordt zichtbaar dat er een schat in de akker verborgen ligt.

Alles opgeven.
Dat is ook de overeenkomst met de gelijkenis die er meteen op volgt.
De gelijkenis van de koopman die op zoek is naar mooie parels.
Ook hij verkoopt alles wat hij heeft als hij die ene hele bijzondere parel op het spoor gekomen is.
Het verschil tussen de twee gelijkenis is dat de koopman op zoek is naar parels, terwijl de man in de eerste gelijkenis toevallig op de schat in de akker stuit.

Dat is een verschil waar ik nog even op wil doorgaan.
Het laat zien dat je Jezus kunt ontmoeten, zelfs als je niet eens naar Hem op zoek bent.
De gelijkenis van de schat in de akker laat zien dat je op dat koninkrijk van de hemel kunt stuiten, dat je het zomaar opeens tegenkomt, zonder dat je er bewust naar op zoek bent,
maar opeens kom je het tegen en zie je de waarde ervan.
Misschien al tijden lang bezig met die akker om te ploegen, al tijden bezig met de gewone dingen van het leven, je werk, je studie, je gezin, je hobbies, je denken en geloven, je dagelijkse bezigheden.
En dan kan daar opeens Jezus Christus zich openbaren, midden in die gewone dagelijkse werkelijkheid waarin Hij verborgen aanwezig is.
Dan kom je Hem tegen en dan is Hij er opeens.

Bijv. als je op een bepaald moment in de omgang met anderen ziet, dat vergeving de enige weg is om met elkaar verder te kunnen, om uberhaupt te kunnen leven en te kunnen ademen.
Dan kom je Jezus Christus tegen en zie je de deur naar de oplossing, ook al kan dat dan vervolgens nog een lange weg zijn.
Bijv. als je merkt dat het leven je niet de voldoening geeft die je ervan verwachtte.
Er blijft een soort leegte in je hart.
Dat is zo'n moment dat je Jezus tegenkomt die daarin tegen je zegt: ik ben de enige die je hart kan vervullen, zoek het bij mij en bij niks en niemand anders.
Bijv. als je afdwaalt en het vuur van het geloof bent kwijtgeraakt, maar ontdekt dat je daarmee ook iets van jezelf bent kwijtgeraakt, al is het alleen maar een deel van je opvoeding, maar ook de rust en de hoop die daarbij hoort.
Dan kom je Jezus Christus tegen die altijd op zoek is naar het verlorene en je niet zomaar in de duisternis van het ongeloof laat gaan.

Dat is Jezus ontdekken:
Hem tegenkomen in je leven, of je nu naar Hem op zoekt bent of niet,
want soms laat je het leven als je eerlijk bent maar zo'n beetje aan je voorbijgaan,
maar Hij is in deze wereld, verborgen aanwezig, en Hij openbaart zich op het moment dat Hij zich wil openbaren.
Hem ontdekken, Hem vinden is eigenlijk:
door Hem gevonden worden, want je zou Hem niet kunnen vinden, als Hij zich niet eerst vindbaar had gemaakt.

Want het op één na grootste wonder is hoe God zich openbaart, maar het grootste wonder is dat Hij zich openbaart!
Hij is er en dat laat Hij merken, op zijn manier, maar Hij laat het merken.

En dan is Hij alles, Jezus Christus,
een schat die je in een akker vindt, waardoor je hele leven verandert, een kostbare parel die al het andere overbodig maakt.
De toegang tot het koninkrijk van God.

Kunt u, kun jij dat ook nazeggen en beleeft u dat ook zo?
Jezus is Heer, ook in mijn leven?
Dat Jezus Christus je alles is en je Hem in zijn verborgenheid gevonden hebt?

We moeten weten dat deze wereld die akker is waarin Hij gevonden kan worden, een vindplaats van God, hier op aarde, in dit leven.
Het gaat tenslotte niet om de vraag waarom er zoveel mensen aan God voorbijgaan, maar de grote vraag is een vraag in jouw richting:
ga ik misschien aan Hem voorbij, in mijn kennis van Hem, in mijn toewijding, in mijn inzet voor zijn koninkrijk?
Krijgt Hij de plaats in mijn leven die Hem toekomt?
Wat doe ik op de momenten dat ik Hem in mijn leven tegenkom?

Een sprekend voorbeeld in dit verband is de apostel Paulus.
Hij dacht dat hij een goed dienaar van God was en dat het met hem wel goed zat, besneden op de achtste dag, lid van het volk Israël, horend bij de stam Benjamin, een geboren Hebreeër, actief als Farizeeër (vers 5).
Maar dat alles bleek niet meer dan de akker te zijn waarin hij de schat zou vinden, de verborgen schat, Jezus Christus.
Hij kwam Jezus Christus tegen op de weg naar Damaskus en dat veranderde alles.
Hij moest alles loslaten wat hem tot op dat moment goed en rechtvaardig leek.

Er staat in Filippenzen 3, 7-9:
"Maar wat voor mij winst was,
ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen.
Sterker nog, alles beschouw ik als verlies.
Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles.
Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid.
Ik wilde Christus winnen en één met hem zijn...".

Paulus verkocht al zijn bezit, zijn geestelijke bezit, alles waar hij op vertrouwde, om Jezus Christus te kunnen winnen.
Hij ontdekte dat alles in het niet valt bij Jezus Christus.
Weer dat woordje 'alles', net zoals in Mattheüs 13.

Dat zegt de Here Jezus tegen ons: als je mij vindt, dan vind je een schat in de akker die alleen te kopen is als je al het andere verkoopt.
Als je alles van dit leven loslaat en mij volgt.
Pas als je mij met heel je hart zoekt en volgt, dan pas openbaar ik mij als wie ik in werkelijkheid ben.
Dan zal God je tot een Vader zijn en je zult Hem tot een zoon of een dochter zijn.

Als onze Heer zo tegen ons spreekt, dan is de vraag aan ons:
Ben ik bereid dat avontuur aan te gaan, want je moet alles op het spel zetten.
Geloven is: alles loslaten om de schat in handen te krijgen!
Al je kaarten op één ding zetten!
Je moet jezelf loslaten om verbonden te worden met de Heiland!
Durf je die sprong van het geloof maken?

Als je dat doet, dan gaat het koninkrijk van de hemel voor je open
en komt Jezus Christus naar voren,
niet langer meer in zijn verborgenheid, in zijn nederigheid,
maar in zijn majesteit, in zijn heerlijkheid,
om alles te zijn voor een ieder die in Hem gelooft.
Dan leef je in de wereld van het geloof en is alles wat je voelt, overweegt, denkt en doet met Hem verbonden.
Dan is Hij de wereld voor je en wordt de wereld van het geloof, van bidden en bijbellezen ook steeds concreter en reëler voor je.
Je kent niet alleen maar de hoofdstraten en de ringwegen van het geloof, maar je leert ook steeds meer de straten en de steegjes van het nieuwe Jeruzalem kennen.

Dan ga je inderdaad steeds meer verbazen over het feit dat zoveel mensen niet geloven.
Dat je je rondkijkt in je klas, op je werk, op de sportclub, in je straat en je afvraagt:
waarom ben ik één van de weinigen die in God gelooft?
En soms zelfs de enige!
Waarom ben ik één van de weinigen die wel eens bidt en naar de kerk gaat?

Maar dan zegt Jezus: denk aan de gelijkenis die ik je verteld heb, dat het koninkrijk lijkt op een schat in de akker van de wereld, ja, met een verborgen schat in de akker.

Amen.

Nieuwsbrieven

Aanmelden voor ontvangst van onze nieuwsbrieven.

Zoeken

Social