Preken

Lukas 7,36-50 | ds. L.A. van Baardewijk

Thema: onze liefdedaden in een nalatige wereld

Lukas 7,36-50
Loosdrecht, 13-07-08

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Voor het oog zag het er natuurlijk allemaal heel behoorlijk uit:
dat huis van Simon gevuld met mensen en gezelligheid,
bedienden die af en aan liepen, eten en drinken in overvloed.
Simon had vast een goede reden voor dit feestje
en hij had zichzelf vandaag overtroffen door ook iemand van buiten zijn familie- en vriendenkring uit te nodigen.

Intussen speelde ook hier wat altijd speelt als mensen bij elkaar zijn:
namelijk dat het alleen voor het oog in orde kan zijn.
Schijn bedriegt en dat geldt zeker ook voor de intermenselijke verhoudingen.
Dat kan nu gebeuren en dat gebeurde ook toen.
Het bij elkaar zijn betekent niet automatisch dat er ook een echt zinvol contact is.
Waar de één spreekt van 'een geslaagde avond'
gaat een ander met een onvoldaan of gekwetst hart naar huis.

Niet voor niets zegt de spreukendichter.
"Ook onder het lachen kan je hart pijn doen
en na de vreugde blijft het verdriet dan over".
(Spreuken 14,13, Groot Nieuws-vertaling).

Waar Jezus verschijnt wordt dat allemaal anders.
Dat zien we in de evangeliën heel duidelijk.
Waar Jezus verschijnt verdwijnt de oppervlakkigheid
en wordt het onmogelijk je masker op te houden.
In zijn aanwezigheid komt het contact op het niveau waar God ons voor heeft geschapen:
het niveau van het hart, dat je elkaar als schepsel van God ontmoet en niet zomaar als mensen die toevallig in dezelfde ruimte of zaal zijn,
dat je elkaar ziet in het licht van Gods genade als de enige grond onder onze voeten,
dat je elkaar herkent als het beeld van God, gered door zijn liefde.
Waar Jezus verschijnt kan niemand meer doen alsof.

Als je dat eenmaal scherp hebt kun je dat ook gaan zien bij het feestje van Simon de Farizeeër.
Voor het oog ging het allemaal heel aardig:
iedereen lag aan, zoals dat gebruikelijk was, niet zittend, maar liggend aan tafel,
de gasten die uitgenodigd waren genoten en ook anderen die zomaar even kwamen binnenlopen, zoals dat gaat bij een maaltijd in het oosten,
en tussen al die mensen had ook Jezus een plaats gekregen,
er was voldoende te eten en te drinken
en Simon was ongetwijfeld diep tevreden.

Dan gebeurt er iets wat die dag een heel ander verloop zal gaan geven.
Opeens komt er een onuitgenodigde vrouw binnen
en hoewel dat op zich dus niet bijzonder is in zo'n open oosterse setting,
het is wel bijzonder dat zij dit huis binnenloopt, het huis van een Farizeeër.
Dat is bijzonder, want de vrouw staat in de stad bekend als een zondares
en dan kun je maar het beste uit de buurt blijven van de rechtgeaarde handhavers van de wet, de Farizeeërs.

Ze komt dan ook niet voor de gastheer, maar voor een gast.
Ze komt wel in het huis van de Farizeeër, maar alleen omdat Jezus daar is,
want anders zou ze in een sfeer van veroordeling en afwijzing komen,
een sfeer van oppervlakkigheid en oneerlijkheid, van dubbelheid
en dat zal zij - die bekendstaat als een zondares - al genoeg hebben meegemaakt.
Ze komt voor Jezus, omdat ze weet dat het bij Hem anders is.

Dan lijkt het één emotionele bedoening met tranen,
voeten die nat worden van die tranen
en dan met losgemaakte haren drooggemaakt moeten worden,
dure olie die voor het hoofd bedoeld is
die de vrouw voor Jezus voeten gebruikt om ze daarmee in te wrijven.

Je kunt je wel voorstellen dat deze wanordelijke actie op het feestje van Simon als een steen in een vijver van ordelijkheid valt.
Alles zo goed georganiseerd zodat het allemaal naar tevredenheid loopt
en dan dit hysterische gedoe van een vrouw, en nog wel een vrouw met een reputatie uit de onderlaag van de samenleving!
Weet Jezus niet wie zij is, vraagt Simon zich af, als Hij een profeet is dan zou Hij dat toch moeten weten!
Simon en de vrouw zijn elkaars tegenpolen.

Dat is ook het uitgangspunt van de gelijkenis die Jezus vervolgens vertelt,
omdat Hij de gedachten en de overwegingen van Simon wel kent.
Hij gaat Simon een spiegel voorhouden.
Een klein gelijkenisje waarin de kern van wat hier gebeurt naar boven wordt gehaald.
Als een messcherpe analyse waarin de diepste beweegredenen worden blootgelegd.
Als een rontgenfoto waardoor het duidelijk wordt wat er mis is.

Jezus vertelt: er was eens een geldschieter met twee schuldenaars.
De één had een schuld waar hij 500 dagen voor zou moeten werken
(want een denarie is een dagloon),
de ander had een schuld waar hij slechts 50 dagen voor zou moeten werken.
Ze kunnen het allebei niet terugbetalen en de geldschieter scheldt beiden hun schuld kwijt.
Ze hoeven er allebei niet meer voor te werken,
de ene met een schuld van 50 denarie niet,
maar ook degene met die enorme schuld van 500 denarie niet.

Dan volgt de vraag die Jezus aan Simon stelt:
"Wie van de twee zal hem de meeste liefde betonen?"

Voordat we de leerling Simon het voor de hand liggende antwoord horen geven aan de leraar Jezus, moeten we ons afvragen waarom Jezus dit vraagt.
Hoe komt hij nu op deze vraag?
Wat heeft de liefde hier nu mee te maken?
Had Jezus voor hetzelfde geld ook kunnen vragen:
wie van de twee zal hem het meest dankbaar zijn?

Nu liggen dankbaarheid en liefde dicht bij elkaar,
en toch gaat liefde dieper dan dankbaarheid.
Dankbaarheid heeft te maken met iets dat je krijgt (een kado van iemand of een goede uitslag na een onderzoek) en hoewel je daar iemand voor kunt bedanken gaat het dan toch vooral om wat je krijgt, dat kado of je gezondheid.
Dat is waar je blij mee bent.
En zo kun je voorstellen dat als je een schuld kwijtgescholden krijgt, dat je dan dankbaar bent.
Je bent je schuld en de last die daarbij hoort kwijt.

Liefde gaat een paar slagen dieper dan dankbaarheid.
Liefde heeft te maken met een band, een relatie,
dankbaarheid is gericht op iets dat je krijgt, het heeft iets onpersoonlijks,
liefde daarentegen heeft te maken met een iemand, het is persoonlijk, het gaat vooral om die relatie of om het herstel van relatie als dat nodig is.

Het is veelzeggend dat Jezus vraagt: wie zal hem de meeste liefde betonen?
Jezus dwingt de gedachten van Simon door deze gelijkenis in de richting van Hemzelf.
Voor de vrouw is Jezus het middelpunt van dit huis; is Hij dat voor Simon ook?
Hij heeft die allervriendelijkste uitnodiging gedaan: rabbi wilt u bij mij komen eten,
maar wat dient Jezus' aanwezigheid nu eigenlijk bij de maaltijd in het huis van Simon?
Wat is eigenlijk de reden dat Hij Jezus heeft uitgenodigd?
Liefde tot de Meester?!
Wil Hij één van zijn volgelingen worden?!
Nee!
Is het niet eerder Simons eergevoel verpakt in een vriendelijke uitnodiging?
Zijn ongebroken ego dat floreert in een sfeer van maskers en oppervlakkigheid?
Maar nu is Jezus in zijn huis gekomen en zal dat onherroepelijk ontmaskerd worden.

Jezus doet dat door Simon te wijzen op de vrouw.
Zij heeft gedaan wat hij heeft nagelaten.
Het wassen van de voeten, zoals elke gastheer dat regelt voor zijn gasten.
Simon heeft het nagelaten, de vrouw heeft het wel gedaan.
De begroeting, het elkaar sjalom (vrede) wensen, de werkelijke ontmoeting van hart tot hart.
Simon deed het niet, de vrouw heeft niets anders gedaan sinds Jezus binnen is.
De zalving van het hoofd door olie zoals psalm 23 zegt over de gastvrijheid van God
( "u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over")..
Simon heeft er niet voor gezorgd,
de vrouw heeft persoonlijk Jezus' voeten gezalfd met kostbare olie.

Door dit na te laten heeft Simon iets gedaan wat de alle slechtheid van de wereld overtreft:
hij heeft Jezus niet geëerd in wie Hij is,
Hij die in werkelijkheid niet te gast is in het huis van Simon,
maar de gastheer van het huis van de schepping is.
De wereld waarin ieder mens te gast is.
Door niets te doen heeft hij een daad gesteld.
Door te zwijgen heeft hij gesproken.

De emotionele actie van de vrouw was als een steen in een vijver van ordelijkheid gevallen.
Maar voor Jezus weerspiegelt die ordelijkheid een leeg en liefdeloos mens,
terwijl de schijnbaar hysterische vrouw Jezus de eer en de liefde geeft die Hem toekomt.
Je kunt daaruit leren dat in het koninkrijk van God heel andere maatstaven gelden dan in onze wereld.

Dan komt de belangrijkste zin uit dit gedeelte, vers 47:
"Daarom zeg ik je:
haar zonden zijn haar vergeven,
al waren het er vele,
want ze heeft veel liefde betoond;
maar wie weinig wordt vergeven,
betoont ook weinig liefde".

De gelijkenis die Jezus vertelt gaat zoals elke gelijkenis niet zomaar over een waarheid in het algemeen, nee elke gelijkenis slaat altijd op de actuele situatie en op mensen van vlees en bloed, en zo ook deze gelijkenis.
Het gaat over niemand minder dan de vrouw en Simon.

Het is zo duidelijk dat de vrouw alleen nog maar bij Jezus terecht kan in een wereld van hardheid en genadeloosheid.
Zij spreekt de taal van de vergeving: tranen, gebrokenheid, knielen, liefde.
En die liefde is zo groot, omdat ze weet dat haar vele zonden vergeven zijn.
In de aardse stad stond ze bekend als zondares,
in de hemelse stad staat ze bekend als de begenadigde.
Veel zondenvergeving betekent dat je veel liefde zult hebben voor je Heer.
En de keerzijde van die waarheid:
weinig vergeving, betekent ook dat je weinig liefde zult hebben voor Jezus.
Dat zie je bij Simon, een minimun aan vergeving en dus ook een minimum aan liefde.
In de wereld mocht de vrouw misschien een miniumlijder zijn, aan de onderkant van de samenleving, bekend om haar zonden, in de wereld van God was Simon de minimumlijder: geen voetwassing, geen begroeting, geen zalving voor de gastheer van het heelal!

Ja, zo komt Jezus tenslotte heel duidelijk naar voren in vers 48:
als de Zoon van God, niet zomaar een profeet,
maar als God zelf die zonden kan kwijtschelden, omdat ze ook tegen Hem gedaan zijn.
"Uw zonden zijn u vergeven", zegt Jezus tegen de vrouw.
Naar hemelse maatstaven is ze de vrijheid ingegaan, is het goed tussen God en haar, naar hemelse maatstaven mag ze delen in de redding en de verlossing van de gevallen schepping.
In de wereld van God is de zondares de begenadigde.

En zij gaat dan ook heen, zoals we lezen in het laatste vers, vers 50,
gered door haar geloof, in sjalom, in vrede.
Het klinkt niet als weggaan, maar als binnengaan: ingaan in het koninkrijk van de Vader.
Ze gaat het huis van Simon uit om het huis van God binnen te gaan.
En wat gebeurt er met haar tegenpool?
Simon blijft in zijn huis,
waar hij eerst uiterst tevreden was over zichzelf en deze dag.
Maar Jezus aanwezigheid heeft dat huis voor goed veranderd.

Ik zei het al: waar Jezus verschijnt kan niemand meer doen alsof.
En: waar Jezus verschijnt verdwijnt de oppervlakkigheid
en kun je het niet lang vol houden om een masker te dragen.
Veel zondenvergeving = veel liefde.
Weinig zondenvergeving = weinig liefde.

Ons leven komt door dit evangelie in een heel ander licht te staan.
Misschien ben jij net zoals Simon de Farizeeër wel tevreden over je leven:
er zijn mensen, er is gezelligheid.
En hoewel je dat nooit zo zult zeggen dient het geloof in God je geluk en je tevredenheid.
Je komt in opstand als de Bijbel dingen vertelt en zegt die tegen de tijdgeest ingaan.
en je komt innerlijk in opstand als de God van de Bijbel iets doet dat je tegen de haren instrijkt.

Je geloof heeft -als je eerlijk bent- de vorm van interesse en nieuwsgierigheid.
En niet meer dan dat.
Jezus als gast in je huis zonder dat je werkelijk beseft dat Hij de gastheer van jouw leven is.

Je spreekt de taal van de vergeving niet:
dat je weet dat je zonden je van God weghalen,
dat je dat zelf doet en niemand anders.
Misschien voer je wel allemaal redenen aan waardoor dat niet zo erg lijkt
of waardoor het toch aan anderen ligt...

Maar dat je voor God een schuld hebt die je van je levensdagen niet kunt aflossen,
dat is de bijbelse waarheid.
De waarheid dat Christus gekomen is om die schuld te voldoen.

De taal van de vergeving is de taal van iemand die gebroken is en die met tranen voor God staat, als de enige van wie genade te krijgen is in een harde ongenadige wereld.
De taal van de vergeving is dat je vraagt om Gods genade,
dat je niet trots doet wat je zelf wilt en het feest van je ongebroken ego viert,
maar dat je erkent dat Jezus het stralende middelpunt van je leven is.

Ja, de taal van de vergeving spreken, dat is de taal van de liefde spreken.
Want veel vergeving is veel liefde.
Dan krijgt de gastheer van je leven wat Hem toekomt.
Hij die zoveel liefde voor ons heeft
en die zoveel voor ons gedaan heeft vanuit zijn eeuwige liefde.

Dan krijgt Hij die wassing, die begroeting en die zalving die veel mensen in deze wereld Hem onthouden.
Hoe veel mensen lopen niet totaal aan Hem voorbij, zonder Hem ooit te bedanken voor het geschenk van het leven, zonder Hem ooit aandacht te geven als de grond van je leven!

Het ligt niet alleen maar zwart-wit:
interesse in het geloof is er wel, ook in onze tijd, er is genoeg interesse,
maar het gaat in het geloof om het beantwoorden van de liefde van God!
Niets meer en niets minder.
Interesse en nieuwsgierigheid is afstandelijk,
zoals Simon ondanks zijn allervriendelijkste uitnodiging afstandelijk bleef,
maar liefde werkt heel anders, liefde overbrugt de afstand,
schept de nabijheid waarin God zichzelf kan openbaren.
Dan wordt Christus geprezen als de Gastheer van de schepping, als de zoon God,
dan verdwijnen de maskers en kunnen mensen zichzelf zijn in een sfeer van genade en liefde.
Alleen in die liefde is de vrede die alle verstand te boven gaat.

Misschien komt bij iemand nu de vraag op: hoe kan ik dit nu in de praktijk doen?
Hoe kan ik Jezus mijn liefde geven?
Daar zou ik het liefste niet teveel en niets concreets over willen zeggen,
want er zijn zoveel manieren om dat te doen en als je iets noemt dan krijgt dat zo gauw de uitstraling van een regel of een voorschrift.
Niemand kan dat voor je invullen.

Ik zou alleen willen zeggen:
dit verhaal uit Lukas vertelt ons dat we ons hart moeten volgen en dat je dan het juiste doet.
In liefde tot de Heer doe je nu juist wat Hij van je vraagt.
Net zoals de vrouw precies deed wat een ander had nagelaten te doen:
ze gaf Jezus de voetwassing, de begroeting en de zalving die Simon Hem onthouden had.
Haar liefdedaad vulde precies de leegte van Simons nalatigheid.

Als je Jezus liefhebt en in liefde voor Hem leeft,
dan doe je wat Hem door deze wereld voortdurend onthouden wordt.
En in die liefde is de vrede die alle verstand te boven gaat.

Amen.

Nieuwsbrieven

Aanmelden voor ontvangst van onze nieuwsbrieven.

Zoeken

Social