Preken

1 Samuël 25 | ds. L.A. van Baardewijk

Thema: David en Abigaïl: wijsheid op een cruciaal moment

1 Samuël 25
Loosdrecht, 6-7-08

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Hoe komt zo'n man aan zo'n vrouw?!
Als twee mensen heel erg van elkaar verschillen
en toch samen één huwelijk vormen,
dan kun je je dat terecht afvragen.
Hoe kan dat samengaan?!
Hoe komt de dwaas Nabal aan een vrouw die zo wijs is?

Wat hun huwelijk ook voor een aantal jaren mogelijk gemaakt heeft,
aan het eind van het verhaal is de dwaas Nabal dood, de wijze Abigail weduwe
en het verhaal eindigt ermee dat Abigail Davids vrouw wordt.

Je zou kunnen denken dat het verhaal om die reden verteld wordt.
Maar ook al is hier best wat te leren over het onderwerp
'hoe vind ik een geschikt iemand om mee te trouwen'
of 'hoe ga je om met verschillen binnen je huwelijk'
er is hier veel meer te zien dan alleen dat.

Dit verhaal brengt ons in de eerste plaats bij de dwaasheid en bij de vraag:
hoe ga je daar mee om?
Hoe reageer je als iemand je boosheid wekt,
als je getergd wordt, als je beledigd wordt,
niet maar een beetje zodat je het naast je neer kunt leggen,
maar zo erg dat je geprikkeld wordt om iets terug te doen.
Hoe werkt zo'n proces nu?
Wat doet je geloof in God op zo'n moment
of verliest dat op zo'n moment prompt zijn praktische betekenis?
Wat is wijsheid?

1 Samuël hoofdstuk 25, waarin we David zien, diep beledigd door Nabal,
staat tussen hoofdstuk 24 en 26 in.
Dat klinkt logisch...
Maar misschien gaat er bij u en jullie - net zoals bij mij - een licht op
als ik vertel dat David twee keer het leven van Saul spaart
en dat dat beschreven wordt in hoofdstuk 24 en 26.

Twee keer is David in de gelegenenheid koning Saul te doden.
De ene keer in de grot waar koning Saul zijn behoefte doet,
terwijl David en zijn mannen uitgerekend achter in die grot verborgen zitten.
De tweede keer als David doordringt in de legerplaats waar Saul ligt te slapen.
Twee keer is David vlak bij de uitschakeling van de man die hem achtervolgt
en daarmee vlak bij het koningschap,
want David is door Samuël al gezalfd als de opvolger van koning Saul (1 Samuël 16).

Maar tot twee keer toe beantwoordt hij kwaad met goed.
Saul is de gezalfde van de Here die hij niet mag en die hij niet kan ombrengen.
Daarmee brengt David in praktijk wat de Here Jezus ons geboden heeft toen Hij zei:
"heb je vijanden lief".
Die boodschap klinkt op uit hoofdstuk 24 en uit hoofdstuk 26, twee maal:
David op weg om koning van Israël te worden leeft in de stijl van de grote zoon van David.
Hij laat zich niet overwinnen door het kwade, maar overwint het kwade door het goede.

In hoofdstuk 25 dreigt het heel anders te gaan.
De belediging van Nabal raakt hem diep.
Zo diep dat hij witheet van woede op Nabal afgaat met het vaste plan Nabal kapot te maken.

Herken je dit proces van belediging en het gevoel van gekwetst-zijn?
De rechte lijn die er loopt tussen een gevoel van benadeeld zijn en je verhaal willen halen?
De keten van oorzaak en gevolg:
iemand reageert vanuit zijn dwaasheid en jij reageert bijna automatisch vanuit dezelfde troebele bron?

De Bijbel houdt ons een spiegel voor als we David onderweg naar Nabal zien.
Want dan hoor je de stem van de gekwetste en hoe dat klinkt.
We horen David dan in zijn woede zeggen:

"Wat denkt die vent wel?
Heb ik daarom al die tijd zijn bezittingen beschermd?
Ik had het net zo goed kunnen laten!
Nog niet één schaap is hij kwijt, en wat krijg ik?
Stank voor dank!" (vers 21).

Dit zal wel voldoende zijn om onzelf te herkennen in de reactie van David.
Die reactie is heel begrijpelijk, heel menselijk en heel vertrouwd.
Misschien vinden we zelfs wel dat David groot gelijk heeft en dat hij in zijn recht staat.
Want de belediging van Nabal was niet mals.
David had inderdaad het goede voor hem gedaan.
"Dag en nacht zijn ze als een muur rondom ons geweest",
zegt één van de knechten van Nabal
en dat is meer dan David (blijkbaar bescheiden?) zelf had gezegd.

Het is waar:
David had geweldig werk geleverd,
terwijl Nabal hem wegzette als gewoon een weggelopen slaaf zoals er vandaag de dag zoveel slaven bij hun meester weglopen.
Wie is David?!
Inderdaad: Nabal deed David groot onrecht door hem zo te behandelen
en hij riep door zijn dwaasheid het onheil over zichzelf af,
en voor David op weg naar de troon was dit een grote test:
hoe zou hij hier op reageren?
Zou hij op dezelfde manier reageren als bij Saul, zo in de stijl van Christus, zo wijs?

Maar ook al lijken Saul en Nabal erg op elkaar
en kun je zeggen dat David in Nabal met een soortgelijke tegenstander te doen heeft,
ook al lijken Saul en Nabal op elkaar,
Saul was de gezalfde van de Here,
Nabal was alleen maar een dwaas.
Bij Saul was David open naar God en werd hij tegengehouden door zijn eerbied voor het werk van God in de gezalfde en besefte hij dat hij kwaad met goed moest vergelden,
bij Nabal was er niets waardoor David tegengehouden werd.
Er zou onherroepelijk een bloedbad volgen.
Geen eerbied, geen besef van de stijl van Christus,
geen geloof dat praktisch functioneerde, geen besef van God,
alleen maar boosheid!

Was er dan helemaal niets dat de woede van David op weg naar Nabal kon tegenhouden?
Nee, helemaal niets wat uit David zelf kwam.

Maar er gebeurt wel iets anders.
David rijdt woedend met zijn mannen door de bergen, op weg naar de Karmel,
en als hij door een kloof moet staat er opeens iemand voor hem.
We weten: het is God die de loop van de gebeurtenissen stuurt en die het kwaad niet onbeperkt zijn gang laat gaan.
Het is God die achter deze wending zit in 1 Samuël 25,
maar dat ingrijpen van God heeft ook een zichtbare kant.
En we zien David erdoor verrast worden.

Voor hem op de weg door de kloof staat opeens een vrouw die van haar ezel afstapt en voor hem neerknielt.
Een vrouw! En wat voor vrouw!
Een schoonheid van buiten en van binnen!
Voor hem knielt Abigail, de betere helft van het huwelijk van Nabal en Abigail.
In vers 3 worden ze aan ons voorgesteld in de grote verschillen die hen kenmerken:
"Zijn naam was Nabal en zijn vrouw heette Abigail.
Zij had een helder verstand en was mooi om te zien;
hij was hard en ruw in zijn optreden ('gewetenloos', NBV)".

Nou, met dat laatste had David volop kennisgemaakt, maar nu maakte hij kennis met Abigail.
Niet alleen een mooie vrouw om te zien, want dat betekent op zich niet zoveel,
maar ook een verstandige wijze vrouw.
Er komen woorden over haar lippen die de woede van David tot bedaren brengen.
Als ze uitgesproken is is het wonder gebeurd.
Dan ziet David af van zijn vaste plan om Nabal te doden
en keert David door de kloof terug naar huis.

Wat is er veranderd?
Abigail is niet alleen een knappe vrouw en een verstandige wijze vrouw,
maar als ze met David praat blijkt ze ook te kunnen bemiddelen.
Ze neemt de schuld op zich en verontschuldigt ze zich voor haar man.
"Zoals zijn naam is is hij, Nabal, dwaas!"

Ze vergoeilijkt het gedrag van haar man niet, ze praat het niet weg,
maar geeft rustig toe dat hij een dwaas is.
Dat valt niet mee, want het lijkt dat je de ander dan afvalt,
maar Abigail maakt het niet anders dan het is, hij is een dwaas, niet: hij is nu eenmaal een dwaas, bagatelliserend, nee, hij is een onbenul, dat is de waarheid, helaas, maar het is de waarheid, hij heeft het ook nu weer bewezen.
Blijkbaar heeft Abigail zich in haar huwelijk kunnen beschermen tegen de dwaasheid van Nabal en heeft ze haar eigen wijsheid behouden en kunnen verdiepen.
En daarom kan ze David nu ook op deze wijze manier tegemoettreden
en het gevaar afwenden.
Ze zegt tegen David:
je moet je hart niet naar hem en zijn dwaasheid richten.
Je moet zijn dwaasheid niet weerspiegelen, je moet niet op jouw beurt uit dezelfde troebele bron gaan putten.

En Abigail is niet alleen een knappe vrouw met wijsheid die kan bemiddelen,
ze blijkt ook vanuit het geloof te kunnen spreken.
Dat doet ze in vers 26.
Ze wijst David erop dat God hem vandaag tegenhoudt (vers 26).
Niet haar komt hij tegen, maar hij komt God tegen in deze rotskloof.
Hij is het die hier door Abigail aan het werk is!
Abigail wijst op God en op de taak die David van God heeft gekregen.
Zijn geweten mag niet bezwaard worden door dit geweld als hij Nabal zou ombrengen.

Vervolgens blijkt Abigail ook nog eens de gave van de profetie te hebben,
naast de eigenschappen die we nu al zijn tegengekomen,
haar uiterlijke schoonheid, haar wijsheid, haar diplomatieke gaven, haar geloof.
De gave van de profetie.
Ze spreekt over de toekomst dat de Here het huis van David zal laten voortbestaan en dat David koning zal worden.
Voor die toekomst is het zo belangrijk dat David geen bloedschuld op zich heeft,
dat zijn geweten rein is.
Het zou vreselijk zijn als de dwaasheid van Nabal hem deze reinheid zou doen verliezen.
David mag Saul, de gezalfde van God niet doden,
maar ook niet de dwaas Nabal, daar zou David geestelijk armer door worden.

Het is Abigail die dat ziet, deze vrouw door God gestuurd.
En tenslotte blijkt ze ook nog eens dichteres te zijn als ze zegt dat het leven van David geborgen zal zijn in de buidel van de Heer.
Of om die prachtige zin helemaal voor te dragen:
"Mocht iemand het wagen om u te achtervolgen en u naar het leven te staan,
dan zal het steentje van uw leven veilig geborgen zijn in de buidel
waarin de Heer, uw God, de mensenlevens bewaart,
maar het leven van uw vijanden zal worden weggeslingerd" (vers 29).

Dit is voor David een geweldig moment geweest:
afgehouden van de moord op Nabal en daarmee afgehouden van bloedschuld,
een enorme geestelijke overwinning op de weg naar de troon,
maar ook een enorme bevestiging dat niemand hem zal kunnen doden,
want de dreiging van de moord op Nabal wordt alleen nog maar overschaduwd door de dreiging van de moord op David, door Saul!
Dat is de 'iemand' die het waagt David te achtervolgen en hem naar het leven te staan.
Saul, koning Saul.
Davids leven zal geborgen zijn bij God.

Het is alsof die woorden van Abigail uit een andere wereld hoorbaar worden voor David.
Het zijn woorden van God die op het juiste moment gesproken worden.
Davids woede komt tot rust, hij ziet God weer,
waar eerst alleen nog maar boosheid en gekrenkte trots was.
Hij ziet weer waar het in zijn leven om gaat:
God gehoorzamen en leven uit de beloften en de zegeningen van God.

David beseft dit ook, dat de woorden van Abigail uit een andere wereld komen.
Hij ziet die wijze, wijze vrouw voor zich,
de betere helft van het huwelijk tussen Nabal en zijn vrouw,
en hij hoort de stem van God in haar woorden.
"Ik dank de Heer, de God van Israël,
dat hij u vandaag op mijn weg heeft gestuurd" (vers 32).
"En u dank ik voor uw verstandig optreden van zojuist,
waarmee u hebt voorkomen dat ik het recht in eigen hand nam
en me schuldig zou maken aan een moord" (vers 33).

Als Nabal sterft, ziet David daarin de hand van God:
Hij heeft geoordeeld over het onrecht dat David is aangedaan.
Wie is David? Niet een loslopende slaaf die weggelopen is van zijn heer, maar een koning!
Wie is Nabal? Een dwaas!
Nabal sterft als hij hoort van het moedige en wijze optreden van zijn vrouw.
Zijn hart stierf in hem, staat er letterlijk.
Hij sterft in zijn dwaasheid, zijn grofheid en zijn woede.

Ik zei het aan het begin al:
"Aan het eind van het verhaal is de dwaas Nabal dood, de wijze Abigail weduwe
en het verhaal eindigt ermee dat Abigail Davids vrouw wordt".

Dat betekent meer dan een mooie afloop van een spannend verhaal,
alsof we met een soort streekroman te maken hebben.
David trouwt Abigail.
Met dat huwelijk bestendigt hij wat er gebeurde in de rotskloof
toen hij in zijn woede God buitensloot.
Door zich open te stellen voor de wijze woorden van Abigail opent hij zich voor de woorden van God en voor God zelf.
Met dat huwelijk zegt David:
ik wil me niet alleen een enkele keer laten corrigeren door God,
maar ik wil dat mijn hele leven doen en ik wil dat ook doen door haar, door deze wijze vrouw!
Deze openheid naar God maakt hij tot de richting van zijn leven op de weg naar het koningschap.

Als we beledigd worden, gekwetst zijn en getergd worden
dan loopt er een rechte lijn naar een tegenreactie.
Dwaasheid roept dwaasheid op
en slechtheid nog meer slechtheid.
Geen mens kan zich eraan onttrekken,
want net zoals David zitten we er vaak in opgesloten.

Dan moet er net zoals bij David van buiten af iets of iemand naar ons toekomen
om een andere reactie los te maken.
Iets van schoonheid, iets van de andere wereld,
de wereld van God waardoor ons hart weer zacht wordt,
iets waardoor we los worden gemaakt van onszelf,
een ontmoeting met iemand, een wijs woord, een gedachte,
iets moois waardoor we ontroerd worden,
waar de wereld in feite vol van is.

Alles wat mogelijk gemaakt wordt door het kruis,
door de genade die door Jezus Christus in deze wereld gekomen is,
de goedheid en de barmhartigheid van God die ons van het kwaad verlost en ons van het kwaad afbrengt.

Gebeurt dat niet, of beter gezegd:
als we daar niet voor openstaan,
als we ons voor die wijsheid van boven afsluiten,
dan volgt onherroepelijk het onheil, een ruzie, frustratie, bloed, moord en doodslag.
Zo gaat het altijd totdat we luisteren naar de wijsheid van Abigail.
Op welke manier die wijsheid ook naar ons toe komt.

Amen.